Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Films’ Category

Maar doodslaan deed hij niet, want tusschen droom en daad
staan wetten in den weg en praktische bezwaren
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Die woorden van Elsschot lijken in eerste instantie de film Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Mike Nichols samen te vatten. George en Martha – een echtpaar vertolkt door twee oude rotten uit het filmvak: Elizabeth Taylor en Richard Burton – staan op een constante voet van oorlog, met de bijpassende momenten van mortiervuur, maar ook van enkele, soms liefdevolle, scènes van respijt. George is een professor in geschiedenis aan een Amerikaanse universiteit. Hij is onsuccesvol en cynisch en doet er alles aan om een gesprekspartner te overbluffen met zijn snedige oneliners en woordgrappen. Martha daarentegen is de ongelukkige alcoholistische eega, die haar man herinnert aan zijn fouten en gebreken.

Hun huwelijk dobbert onvredig verder, totdat ze bezoek krijgen van een nieuwe mededocent en zijn vrouw. Nick en Honey lijken alles te zijn wat George en Martha niet zijn: ze zijn, om te beginnen, beleefd, ze lijken oprecht van elkaar te houden en ze zijn vreselijk naïef. Als toeschouwer voel je medelijden met hen wanneer ze terechtkomen bij het ‘godvergeten en vervaarlijke’ echtpaar. Ze staan midden in een storm van verbaal geweld, drank en unheimische verhalen over een afwezige zoon. Naarmate de likeur rijkelijk vloeit, vallen de schellen van de ogen van de kijker. We wisten al dat George – een schoft – met zijn vrouw trouwde vanwege de invloedrijke schoonpapa, de directeur van de universiteit. In een dronken bui wordt Nick loslippig en vertelt hij dat hij getrouwd is vanwege een schijnzwangerschap.

De pijnlijke en genante verhalen worden door het echtpaar steeds overtroefd en Nick en Honey doen gaandeweg lustig mee met het spel, totdat Martha een te grove daad verricht om haar man op te jutten: ze gaat met Nick naar bed. Voor George, toch gewend aan de grillen van zijn vrouw, is dat een stap te ver en hij besloot zijn laatste dreigmiddel in te zetten. Hij moedigt zijn vrouw aan te spreken over hun zoon – een gespreksonderwerp dat George de hele film lang heeft geprobeerd te verzwijgen. Dan vertelt hij Martha dat hij zojuist een ijlbericht heeft ontvangen, waarin stond dat hun zestienjarige zoon is verongelukt en gestorven. Hoe ongeloofwaardig die leugen ook lijkt, Martha stort in, en dan beseffen we het pas. Het is een groot doolhof van spellen, dat George en Martha voor elkaar opbouwen. Hun zoon is fictief, een creatie van hun eigen geest, een personage om in de beslotenheid van hun huwelijk mee te spelen. Daarmee blijkt het echtpaar toch niet zo kwaad – eerder meelijwekkend. De verhalen die daarvoor zijn verteld komen op losse schroeven te staan: wat is waarheid, wat is leugen en spel?

Er is veel over Who’s Afraid of Virginia Woolf? te zeggen. Het voornaamste is dat de film een adaptatie is van een gelijknamig toneelstuk van Edward Albee, dat in de jaren zestig braaf Amerika deed opschrikken vanwege het ‘grove’ taalgebruik. Terwijl tegenwoordig ophef wordt gemaakt om het doodknuppelen van hoertjes in videogames, was men in de zestiger jaren al geschockeerd om een ‘goddamn’. Dat het een toneelbewerking is, is duidelijk te zien. De kracht van de film – het moge duidelijk zijn – ligt in het constante spervuur van de dialogen. De scènewisselingen zijn dan ook tot een minimum teruggebracht. Door die terughoudendheid kan het verhaal breed uitgesponnen worden – immers, er is niets anders om toelichting te geven. Virginia Woolf deed me daarom bij vlagen denken aan de scherpe – maar minder kleurrijke – dialogen van 12 Angry Men.

Ik heb het nu al een aantal keren gezegd: de dialogen zijn meesterlijk. Zorgvuldig zorgen voor een climax in het verhaal, het moment dat George het dies irae reciteerd en Martha verrast met het ‘slechte nieuws’. Het is daarom de moeite waard om een paar kijfgesprekken te vermelden:

‘Oh, I don’t know, a little brandy maybe. “Never mix, never worry!”’
‘Martha? Rubbing alcohol for you?’
‘Sure! “Never mix, never worry!”’

Of:

‘Martha’s got money because Martha’s father’s second wife, not Martha’s mother but after Martha’s mother died, was a very old lady with warts who was very rich.’
‘She was a witch!’
‘She was a good witch, and she married the white mouse with the tiny red eyes and he must have nibbled her warts or something like that, because she went up in a puff of smoke almost immediately. Poof!’
‘Poof!’
‘Poof! And all that was left, aside from some wart medicine, was a big fat will.’
‘Your wife never mentioned a stepmother.’
‘Maybe it isn’t true.’

Uit beide fragmenten blijkt het fantasiespel van George en Martha al. Ze gaan elkaar met gemene woorden te lijf en verzinnen verhalen over elkaar, zonder dat de knoop gemakkelijk ontrafeld kan worden. Maar het echtpaar is zo slecht nog niet. Op sommige momenten blijkt dat Martha werkelijk van haar echtgenoot houdt en dat ze spijt heeft van haar maniakale gedrag:

I disgust me. You know, there’s only been one man in my whole life who’s ever made me happy. Do you know that?
George, my husband… George, who is out somewhere there in the dark, who is good to me – whom I revile, who can keep learning the games we play as quickly as I can change them. Who can make me happy and I do not wish to be happy. Yes, I do wish to be happy. George and Martha: Sad, sad, sad. Whom I will not forgive for having come to rest; for having seen me and having said: yes, this will do.

Wanneer je de film herkijkt, vallen dit soort liefkozingen je meteen op, terwijl je die in een eerste kijkbeurt totaal hebt gemist. Het is een aparte ervaring om het spel van George en Martha te ontrafelen. Ondanks het snelle verouderingsproces van de filmwereld – wie kent de acteurs bijvoorbeeld nog? – is dit een blijvertje. Al was het maar om de enigmatische titel, genoemd naar een kinderliedje, dat herhaald worden in de allerlaatste scène: “’Who’s Afraid of Virginia Woolf?’ ‘I am, George, I am.’ Elsschot blijkt geen gelijk gekregen te hebben.

Nichols, Mike. Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1966). Met: Taylor, Elizabeth, Richard Burton, George Segal en Sandy Dennis.

Read Full Post »